Amerikaans krentenboompje - Amelanchier lamarckii - (Rozenfamilie - Rosaceae)
Drachtplant, bijenplant, hommelplant
Een heester
Bloeiperiode: april-mei
Bloem: wit, bloeiwijze een tros
Blad: min of meer elliptisch, bladrand gezaagd, in jong stadium bruinachtig later groen, herfstkleur bruinrood
Vrucht: bes eerst rood en later donkerpaars verkleurend
hout: schors grijsachtig bruin en min of meer glad, twijgen grijsbruin, kaal of licht behaard
Hoogte: tot ca. 8 (10) m
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: vochtige tot droge voedselarme, zure tot min of meer neutrale bodems; langs bosranden, op kapvlakte en andere open zandige en lemige terreinen; op spoorwegtaluds; zonnig-licht beschaduwd.
Verspreiding in Nederland: Noord-Amerika; aangeplant in de 19e eeuw; vaak verwilderd.
Toepassing: tuinen, parken, openbaar groen, ook als heg.
Beheer: vooral verjongingssnoei. Een vrij snel groeiende en breed wordende soort.
Wilde solitaire bijen. Meer info: www.denederlandsebijen.nl
  Vosje Andrena fulva  
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code Hb2(-3) (rwn 4, rwp 2).
 
Plaat - Amerikaans krentenboompje - Amelanchier lamarckii (bron links: Flora Batavia Jan Kops et al.)
 
Bloem en blad
 
Bloeiwijze
 
Een open plek in het bos
 
Een heg
 
Stadsbeplanting (zoetermeer 1996)
 
Een honingbij
 
Een zandbij: vosje (Andrena fulva)