Smalle en kleine - Aster lanceolatus -- (Composietenfamilie - Asteraceae)
Drachtplant, hommelplant, vlinderplant
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: augustus - oktober
Bloem: bloem bleeklila of wit , bloeiwijze pluimvormig
Blad: stengelbladen langwerpig en met versmalde voet zittend
Vrucht: een nootje
Overige: met lange wortelstokken
Hoogte: 0,8-1,3
Opmerking: smalle aster en kleine aster (Aster tradescantii) zijn in de flora samengevoegd.
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: natte tot vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in ruigten langs rivier- en kanaaloevers, op kribben en veel langs spoorwegen; zon-tijdelijk beschaduwd
Herkomst en verspreiding in Nederland: Noord-Amerika; thans ingeburgerd in Nederland en vrij algemeen tot vrij zeldzaam.
Toepassing: tuinen; zou binnen de bebouwde kom in zomen en andere ruige bloemrijke begroeiingen kunnen worden toegepast; opmerking kan zich in tuinen door worteluitlopers in korte tijd sterk uitbreiden.
Beheer: als ruigte beheren, in principe zo lang mogelijk met rust laten; maximaal 1 x per jaar in de herfst maaien; de soort is zeer invasief en kan beter niet worden bevorderd.
Wilde solitaire bijen: niet waargenomen
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.

Bloeiwijze en bloem met omwindselblaadjes
 
BLad smalle aster
 
Bloeiwijze van bovenaf gezien
 
Detail
 
Een spoorweg talud in Twente rond 1990
 
Een spoorweggreppel bij Ede (2011)
 
Fragment spoorweg vegeatie
 
 
Smalle aster in een voortuin
 
 
Smalle Aster (Kleine aster-Aster tradescantii = A. lanceolatus) aan de Waal volgende foto
 
Kleine aster = smalle aster
 
Een honingbij op smalle aster
 
Kleine vos op small aster
 
Kleine vos op small aster
 
Vlinder en honingbij: bijenplanten zijnvlinderplanten