Prachtklokje - Campanula persicifolia (Klokjesfamilie-Campanulaceae) --
Bijenplant, hommelplant, drachtplant.
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: mei-augustus
Bloem: blauw soms wit, bloemen schuin omhoog gericht, bloeiwijze armbloemige tros
Blad: langwerpig tot lancetvormig, veelal glanzend, kaal en iets leerachtig
Vrucht: doosvrucht
Overige: rozetplant
Hoogte: 0,5-1,0 m
 
 
 
 
 
Milieu & groeiplaats: min of meer vochtige, schrale tot matig voedselrijke, leem- en kalkhoudende bodems en steenachtige substraten; van nature een zoomplant; veel als tuinplant gebruikt en thans veel op open plaatsen en in half gesloten vegetaties verwilderd; in stadsplantsoenen, tussen het plaveisel van trottoirs, spoorwegemplacementen op halfverhardingen; zonnig-beschaduwd.
Verspreiding in Nederland: oorspronkelijk alleen in Zuid-Limburg en enkele plaatsen in het oosten van het land.
Toepassing: Tuien, tegel- en geveltuinen.
Beheer: in de stad gedraagt de soort zich al pionierplant en min of meer als zoomplant; dus steeds zorgen voor een open, maar niet omgewoelde bodem. Wettelijk beschermde plant.
Wilde solitaire bijen: Meer info: www.denederlandsebijen.nl
  Klokjesdikpoot Melitta haemorrhoidalis Zijn afhankelijk van het genus Campanula
  Grote klokjesbij Chelostoma rapunculi
  Kleine klokjesbij Chelostoma campanularum
  Grote tuinbladsnijder    
Dracht: nectar en witachtig stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3
 
Prachtklokje: bloeiwijze (Bron plaat:C.A.M. Lindman1917-1927: Bilder ur Nordens Flora)
 
Prachtklokje: detail
 
Prachtklokje in geveltuin
 
Fragment
 
Prachtklokje met honingbij
 
Prachtklokje met een behangersbij