Clematis tubulosa (Ranonkelfamilie - Ranunculaceae)
hommelplant, drachtplant, vlinderplant
Een overblijvende (vaste) plant (of heester)
Bloeiperiode: juni-september
Bloem: blauw, trompetvormig
Blad: met 3 langwerpige tot ovaalvormige deelblaadjes (drietallig)
Vrucht: dopvrucht met zaadpluizen
Hoogte: 0.8-1,3 m
 
 
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: voedsel- en humusrijke, vochthoudend , maar waterdoorlatende grond op zonnige tot half beschaduwde plaatsen. Het onderste gedeelte tot ca. 20 cm boven de grond verdraagt geen volle zon. Is zeer gevoelig voor winternatte bodems
Herkomst: China, Noord-Korea
Toepassing: tuinen
Beheer: Het onderste gedeelte tot ca. 20 cm boven de grond verdraagd geen volle zon. Dus afdekken met een plant. of een dakpan etc. Stengels voor de groei in het vroege voorjaar tot ca. 20 cm boven de grond terug snoeien.
Wilde solitaire bijen: niet waargenomen
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code Hb 3.
 
Bloeiwijze
 
Bloem
 
Blad
 
Honingbijen
 
 
 
Dagpauwoog