Verfbrem - Genista tintoria -- (Fabaceae - Vlinderbloemenfamilie)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant.
Een halfheester
Bloeiperiode: juni - augustus
Bloem: geel, bloeiwijze een tros
Blad: eirond tot langwerpig
Vrucht: een peul
Hoogte: 0,3-0,6 m
 
 
 
 
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: droge tot iets vochtige, voedselarme zandig tot lemige, zwak zure, neutrale bodems; in hoofdzaak in duinvalleien en natuurlijke graslanden; soms in bermen; zon.
Verspreiding in Nederland: vrij zeldzaam op de Waddeneilanden; elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Toepassing: tuinen.
Beheer: duinbegrazing; in andere locaties extensief maaien, maar plant ontzien.
Wilde solitaire bijen:
  Bremzandbij Andrena ovatula  
  Grote bladsnijder Megachile willughbiella  
Dracht: (nectar?) en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 1- (3) (wordt in het buitenland veel drukker door bijen bezocht). Is in Nederland moeilijk te controleren. De plek waar verfbrem het meeste voorkomt is Terschelling.
 
Platen - (bron links: Flora Batavia Jan Kops et al.; rechts: Carl Axel Magnus Lindman: Bilder ur Nordens Flora)
 
Een plant
 
Fragment
 
Bloeiwijze
 
Bloem
 
Bloem en blad
 
Vegetatie met verfbrem
 
Fragment vegetatie
 
Honingbijen
 
 
 
Bremzandbij