Bloedooievaarsbek - Geranium sanguineum - (Ooievaarsbekfamilie - Geraniaceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant, vlinderplant
Een overblijvende plant
Bloeiperiode: mei - augustus
Bloem: roodpaars tot purperrood, soms roze tot wit; alleen stand
Blad: diep handvormig ingesneden en bladlobben getand
Vrucht: kluisvrucht
Overige: stengels sterk vertakt en plant vaak compact.
Hoogte/lengte: : 0,15-0,4 m
Opmerking:
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: vrij droge, matig voedselrijke tot schrale, zandige tot lemige bodems en zavelgrond; soms in bermen en langs bosranden; zon-tb.
Herkomst: buiten Nederland inheems in het grootste deel van Europa in ons land een plant die op droge zonnige plaatsen moeilijk verwilderd, maar goed stand kan houden, onder meer in het urbane deel van het duingebied.
Toepassing: tuinen, tegeltuinen, rotstuinen, openbaar groen in open grazige vegetaties die maximaal 1x per jaar worden gemaaid.
Beheer: Kan in het najaar met andere vegetaties worden mee gemaaid.
Wilde solitaire bijen
  Tweekleurige zandbij Andrena bicolor  
  Tuinmaskerbij Hylaeus hyalinatus  
  Klokjesdikpoot Melitta haemorrhoidalis Alleen voor nectar
  Groefbijen Lasioglossum  
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: Hb3 dicht bij een bijenstal
Platen - (bron links: Carl Axel Magnus Lindman: Bilder ur Nordens Flora; rechts: Flora Danica, Georg Christian Oeder et al)
 
Bloem
 
Blad
 
Groeiwijze
 
Een fragment
 
Honingbijen
 
 
Klokjesdikpoot (m)
 
Tuinmaskerbij