Lamsoor - Limonium vulgare --- (Strandkruidfamilie - Plumbaginaceae)-
Drachtplant, vlinderplant, hommelplant
Een overblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: juli-augustus (hoofdbloei) sep/okt
Bloem: paars, bloeiwijze tuilvormig vertakt
Blad: in een rozet, blad langwerpig en leerachtig
Vrucht:
Hoogte: 0,2-0,5
Opmerking: Ontkiemt op open natte plekken en verbeidt zich dan (snel)door middel van worteluitlopers.
 
 
 
 
Milieu en groeiplaats: slib en natte, brakke kleiachtige en bodems; langs de kust op schoren en aan de voet van zeedijken; staat bij springvloed en opstuwende winden grotendeels onder water; zon (zeer gevoelig voor schaduw). Zo lang er geregeld nieuw slib wordt aangevoerd en de grond nat blijft, kan de plant het volhouden. Als de bodem te veel met slib en zand wordt opgehoogd, ontstaat er een milieu waarin lamsoor zich niet meer in kan handhaven.
Verspreiding in Nederland: vrij algemeen in het Zuidwesten, in het Waddengebied en rond de Dollard.
Toepassing: wordt gewoonlijk niet aangeplant of uitgezaaid.
Beheer: op sommige plekken kan extensieve begrazing de aanwezigheid van lamsoor rekken, maar voor zijn voortbestaan op een plek of in een gebied is lamsoor afhankelijk van eb en vloed.
Wilde solitaire bijen: nog niet waargenomen. Worden vermoedelijk wel door enkele solitaire bijen bezocht.
Dracht: nectar en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 5.
 
Platen - (bron links: Flora Batava Jan Kops et al.; rechts: Flora Danica, Georg Christian Oeder et al.)
 
Lamsoor tussen nieuwe rozetten die hier vermoedelijk door worteluitlopers zijn ontstaan
 
 
Plant en bloeiwijze
 
 
 
De wadkant van Vlieland, richting duinen verdwijnt lamsoor
 
De wadkant van de vegetatie: de lamsoorloze strook is vermoedelijk een gevolg van betreding en voertuigen
 
Dit fragment is waarschijnlijk door worteluitlopers vanuit 1 plant ontstaan
 
 
Steenglooingen
 
 
Een witbloeiende of sterk verbleekte vorm
 
 
Distelvlinder
 
Heivlinder
 
Een dikopje
 
Een Honigbij -
 
Een Honigbij