Bosroos - Rosa arvenis -- (Rozenfamilie - Rosaceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant, vlinderplant.
Een min of meer klimmende heester
Bloeiperiode:
Bloem: wit, stijlen tot een zuiltje vergroeid
Blad: langwerpig tot eirond blauwgroen en meestal met zeven deelblaadjes; bladrand gezaagd
Vrucht: donkerrode, bol- tot eivormige bottels 
Overige: de klimmende tot liggende, takken met verspreid staande, slanke stekels zwak gebogen scherpe stekels
Hoogte: 0,5 - 3,0m
Opmerking: ranken die de grond raken wortelen.
 
 
Milieu en groeiplaats:  vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke en leemrijke, humushoudende grond (leem, löss, zavelen, rivierklei en mergel); bosranden en struwelen, heggen; licht beschaduwd, half schaduw.
Verspreiding in Nederland: vrijwel beperkt tot Zuid-Limburg; daar zeldzaam
Toepassing: in grotere tuinen; de slappe ranken kunnen hinderlijk zijn; de stekels zijn scherper dan bij veel andere rozen.
Beheer: afhankelijk van de ruimte terug snoeien
Wilde solitaire bijen: zandbijen. Meer info: www.denederlandsebijen.nl
Dracht: nectar (?) en stuifmeel hb3.
 
Plaat -(Bron plaat: Flora Batavia Jan Kops et al.)
 
Plaat -(Bron: Deutschlands Flora in Abbildungen.Johann Georg Sturm)
 
Heester
 
Fragment
 
Bloem
 
Stamper en meeldraden
 
Blad onderkant
 
Gewone dwergzandbij

 
Aardhommel
 
 
Honingbijen