Slipbladige rudbeckia - Rudbeckia laciniata -- (Composietenfamilie - Asteraceae)
Rudbeckia laciniata Plant Blad
(bijenplant), hommelplant, drachtplant, vlinderplant.
Slipbladige rudbeckia is overblijvende (vaste) plant die in de perioden van juli - half oktober bloeit.
Kenmerken: bloem lintbloemen geel; bloembodem met geelgroene buisbloemen kegelvormig; bloeiwijze meestal alleenstaand; papus (vruchtpluis) zeer kort (een getand kroontje); Onderste bladen diep 3-7-delig, bladslippen grof getand; middelste bladen meestal 3-delig, bovenste ongedeeld; . 1,0-2,5 m hoog.
Milieu: natte tot vochtige, (zeer) voedselrijke lemige tot kleiige bodems; onder meer in oeverruigten; zon.
Herkomst en verspreiding in Nederland: Noord-Amerika; zeldzaam in Nederland, adventief of soms verwilderd en enige jaren standhoudend.
Toepassing: tuinen; om de 3-5 jaar scheuren en opnieuw planten.
Beheer: onder natuurlijke omstandigheden is speciaal beheer niet nodig. De soort is een niet agressieve exoot. Die beter zeldzaam kan blijven.
Wilde solitaire bijen: groefbijen (lasioglossum); behangersbijen (Megachile)
Dracht: nectar en oranjegeel stuifmeel. Indicatie voor dracht: code 3.

Rudbeckia laciniata (de bloembodem moet nog uitgroeien) Terug
 
Plant (de bloembodems zijn al iets verlengd) Terug
 
Blad middelste deel van stegels (links) en onderaan de stelgels (rechts) Terug