Melige toorts - Verbascum lychnites -- (Helmkruidfamilie - Scrophulariaceae)
Bijenplant, hommelplant, drachtplant, vlinderplant.
Een tweejarig plant
Bloeiperiode: juni-september
Bloem: wit, soms geel; bloeiwijze in kluwens die aarachtige zijn gegroepeerd
Blad: bladen vaak grijsgroen
Vrucht: een doosvrucht
Overige:
Hoogte: 0,7-1,5 m
Opmerking: in tuinen kan de bloeiwijze net als bij zwarte toorts worden aan getast door een een of ander organisime. de bloeiwijze wordt dan gekromden lelijk. Het beste is dan tot aan de grond afknippen. Er komt dan een tweede bloei.
 
Milieu en groeiplaats: min of meer droge, neutrale, zandige tot lemige bodems of substraten; in Nederland het meest langs spoorwegen waargenomen; op open grazige plaatsen; zon-tb.
Verspreiding in Nederland: zeer zeldzaam
Toepassing: tuinen
Beheer: onder optimale omstandigheden (vermoedelijk begrazing door konijnen) is beheer overbodig. Vermoedelijk is dat op een enkele plaats in Nederland het geval; in alle andere situaties is deze soort afhankelijk van antropogene dynamiek. Eventueel de bodem openhouden, maar niet omwoelen.
Wilde solitaire bijen: niet waargenomen
Dracht: en stuifmeel. Indicatie voor dracht: code Hb 1. (zou in principe een goede drachtplant moeten zijn, maar voor dat de honingbijen er aan toekomen, hebben hommels in de vroege ochtend de bloemen al van hun stuifmeel ontdaan.
 
Plaat (Bron: Flora Batavia Jan Kops et al.)
 
Plaat (bron: Flora Danica, Georg Christian Oeder et al.
 
Een plant in een botanische tuin
 
Bloem
 
Meeldraden en stamper
 
 
Melige toorts langs een spoorbaan (foto 1988)
 
Geelbloeiende melige toorts (Baarle-Nassau 1989)
 
Akkerhommel
 
Akkerhommel
 
Akkerhommel