Kleine maagdenpalm - Vinca minor -- (Apocynaceae - Maagdenpalmfamilie)
Hommelplant, (Bijenplant)
Een verblijvende (vaste) plant
Bloeiperiode: april-mei
Bloem: bloem trompetvormig, licht blauw, bloemkroon 5-lobbig; 1 stijl met onderin de bloem naast het vrucht-beginsel 2 nectarklieren; de stijl is naar boven sterk verbreed en bovenaan met een brede ring die om de stijl aansluit en door 5 haarbundels (een haarring) is beschermd tegen de pollen uit dezelfde bloem; boven de haarring de helm-knoppen van de 5 korte, kromme meeldraden; bloeiwijze okselstandig, 1 bloem per bladpaar.
Blad: leerachtig, wintergroen, elliptisch tot langwerpig en met gaafrandige rand
Vrucht: een ca. 2 cm lange buisvormige, meestal zaadloze kokervrucht
Overige: met kruipende stengels die wortelen op de knopen
Hoogte: 0,15-0,2 m; tot ca. 0,5 m lang.
Milieu en groeiplaats: vochtige, en vaak kalkhoudende en humushoudende, min of meer voedselrijke, leem- en bosbodems; in loofbossen, onder struwelen, langs holle wegen en spoorwegen en op buitenplaatsen; beschaduwd; in tuinen ook in de volle zon.
Verspreiding in Nederland: Zuid-Limburg, omgeving van Nijmegen, Winterswijk en oostelijk Twente.
Toepassing: tuinen.
Beheer: zoveel mogelijk met rust laten in ieder geval niet rigoureus ingrijpen; als tuinplant na de bloei terugknippen, dat bevordert de volgende bloei.
Wilde solitaire bijen: alleen en in verschillende jaren in Zuid-Limburg waargenomen. Meer info: www.denederlandsebijen.nl
  Gewone sachembij Anthophora plumipes  
Bijen bezoek in het algemeen: buiten Zuid-Limburg, met uitzondering van hommels en gewone sachembij , zelf nooit bijen op deze plant waargenomen.

 

Platen - (bron links: Flora Batavia Jan Kops et al.; rechts: O.W. Thomé Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz 1885)
 
Bloem en blad
 
Fragment bloem met de haarring en de 5 helmhokjes.
 
Fragment vegetatie
 
Gewone sachembij