Ruigten
Ruigten worden gedomineerd door hoge (0,7 tot ca. 2 m), veelal overblijvende en sterk concurrentiekrachtige kruiden. Ze worden gekenmerkt door een hoge productie van plantaardig materiaal (biomassa). Onder natuurlijke omstandigheden ontwikkelen deze vegetaties zich tot bos. In het cultuurlandschap zijn ruigten meestal beperkt tot kleine overhoeken, zoals emplacementen, fabrieks- en haventerreinen en braakliggende terreinen in en rond de bebouwde kom. Verder komen ze vooral voor in lintvormige landschapselementen, waterkanten, vijverranden, spoorsloten, greppels, kanaal- en rivieroevers. Ruigten kunnen zeer bloemrijk, maar ook wel bloemarm zijn. Meestal groeien ze samen met grassen, riet, brandnetels en distels. Een bloemrijke ruigte komt in het algemeen vrij laat tot bloei. De meeste houtige soorten zijn dan uitgebloeid en ze vormen vaak de laatste bloeiende elementen in het landschap.
Hoeveel ruimte heeft een ruigte minimaal nodig
Als we ruigten willen laten ontwikkelen, moeten we rekening houden met de ruimte die ze nodig hebben. Een strook met ruigte zou op de grond ongeveer 1 m nodig hebben, maar 1,5 m is beter. Bij een ruigte die 1,5 tot meer dan 2 m hoog is, moet er rekening worden gehouden met omwaaien of platslaan van de vegetatie. Er moet dan op de grond 1 tot 1,5 m extra worden gerekend, dus totaal 2.5 - 3 m. Er zijn voorbeelden bekend van kleinere maten. In principe bepalen de totale omstandigheden welke maatvoering er mogelijk is. Als erij meer ruimte ter beschikking is, komen bloemrijke ruigten beter tot hun recht.