-
"Top-100+" wilde planten voor wilde bijenvoor tuin, park en landschap
 
 
Deze pagina bevat ca. 110 soorten wilde planten die geregeld of frequent door wilde bijen worden bezocht. Het overgrote deel van deze planten kan ook in tuinen worden toegepast. Deze zullen ook door een evenredig deel van de wilde bijen worden bezocht.
 
Legenda Top-100 wilde planten én Top-50 uitheemse tuinplanten
#: bijen afhankelijk van deze plant B: plant voor bijenhotels
T: toepasbaar in tuinen en bij komt in tuinen voor S: groeit vaak spontaan in tuinen
?: bij nog niet in tuinen gezien  
 
Lees de tekst onder de links eerst: klik of scrol
T: Factoren die het voorkomen van bijen bepalen Gespecialiseerde soorten bijen
Top-100+ en Top 50+ #, #!: Bijenbezoek
B: Gebruik bijenhotels S: Spontane vestiging planten
   
  --
  Welke factoren bepalen het voorkomen van bijen in tuinen
  Het gaat hier om alle soorten tuinen: stadstuinen, tuinen op het platte land, boerenerven, volkstuinen en educatieve tuinen.
Wat plantengroei betreft is de indeling van tuinen zeer kunstmatig en niet ter zaken doende.
Wat telt is het milieu: bodem, water en licht. In principe kunnen vrijwel alle wilde bijen in tuinen voorkomen. Dus ook de wilde bijen die niet op de lijst staan.
 
Stuifmeel leverende wilde planten in relatie met nestgelegenheid
  Als deze combinatie er niet is, zullen de bijen in het gunstigste geval beperkt blijven tot dwaalgasten. De afstand tussen nestgelegenheid en de voedselplanten is sterk variërend van enkele tientallen meters tot enkele km. In het algemeen hebben grote bijen een grotere actieradius dan kleine bijen. Het meeste succesvol zijn voedselplanten en nestgelegenheid zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt 20 tot 50 (100)m.
  Dat wil niet zeggen dat voedselplanten en nestgelegenheid in de zelfde tuin moeten voorkomen. Er kunnen combinaties worden gemaakt met de aangrenzende tuinen van de buren. Voor bijen bestaan geen afscheidingen.
  Het kan ook voorkomen dat de tuin in een zandig gebied ligt waar belangrijke bijenplanten ontbreken. Tuinen kunnen dat compenseren. Bijvoorbeeld een boswilg in een tuin in de buurt van een schrale, zandige berm kan heel goed wilde bijen aantrekken die gespecialiseerd zijn op wilgen. Deze bijen worden in de lijst niet voor tuinen opgeven, maar alles wijst er op dat dit heel goed mogelijk is.
Onderhoud en beheer
  Gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen.
  Verstoor de grond zo min mogelijk. Als je bijvoorbeeld de uitlopers van dominerend zevenblad uit de grond wilt verwijderen, moet dat gefaseerd over een aantal jaren worden gerspreid.
  Planten met holle stengels bieden nestgelegenheid aan wilde bijen, dus snoei bij de winterbeurt niets alles af. Of compenseer dat met rietmatten (als rol koppen, dus geen platen)
Areaal (gebied van voorkomen) van de bijen
  De wilde bijen zijn niet egaal over ons land verspreid. Sommige soorten wilde bijen komen vrijwel overal in Nederland voor, andere soorten zijn beperkt tot een gedeelte van of zelfs enkele locaties in het land. Dit geldt bijvoorbeeld voor knautiabij, die voornamelijk in Zuid-Limburg en op enkele plekken langs de rivieren voorkomt. Als de tuin bijvoorbeeld in het buitengebied van Gulpen ligt en ook nog eens in de buurt waar deze bij voorkomt, is de kans groot dat knautiabij in de tuin is aan te treffen als daar enkele m2 beemdkroon voorkomt. Buiten Zuid-Limburg en enkele locaties langs de rivieren is de kans op het voorkomen van knautiabij in de tuin zeer klein of kansloos.
  Om een globale inschatting te maken hoe groot de kans op bijenbezoek is (los van de andere factoren) zijn verspreidingskaartjes toegevoegd.
  Kijk op de kaartjes welke soorten wilde bijen er in de tuin mogen worden verwacht. Deze kaartjes zijn slechts een indicatie; het is daarom globaal aangegeven. Dus niet in kilometerhokken. Dit is tevens naar aanleiding van de bijeninventarisatie in Amsterdam (2014-2015). Deze leverden 20 bijensoorten op die in of om deze stad na 1970 niet meer waren waargenomen of zelfs nieuw (9) waren. Dus ga soepel met de kaartjes om.
 
De positie van de tuin in het stedelijk, agrarisch en natuurlijk gebied
  De plek in het landschap heeft een enorme invloed op het aantal soorten bijen die er kunnen voorkomen. Dat heeft te maken met barrières, vliegbereik en de bijenvriendelijkheid van het landschap. De algemene tendens is dat in het centrale deel van een stad minder soorten wilde bijen voorkomen dan aan de stadsranden of de (groenere) stadsdelen die om het centrum heen liggen. Maar de leeftijd, de oppervlakte en de variatie van een tuin kunnen de geïsoleerde positie in de stad op den duur sterk bufferen. Dit is onder meer het geval in de Hortus Botanicus in Amsterdam die aan de rand van het oude stadscentrum ligt. Bijen komen hier talrijk voor. In 2014-2015 werden hier 13 soorten waargenomen; de jaren daarvoor ook andere soorten.
  Op het platteland maakt het veel uit of de tuin midden in een intensief landbouw- of veeteelt-gebied ligt of aan de randen niet ver van natuurgebieden, bossen of lintvormige landschapselementen zoals kanalen en spoorlijnen. Ook de leeftijd van de tuin speelt een belangrijke rol. Hoe ouder een bijenvriendelijke tuin wordt des te meer soorten er zich zullen vestigen.
Isolatie door bebouwing
  Het maakt enorm verschil hoe een tuin is omringd door huizen en andere gebouwen. In de binnentuinen van de grachtengordel in Amsterdam komen aanmerkelijk minder bijen voor dan in een oudere woonwijk met voor en achtertuinen. De hoge herenhuizen werken sterk isolerend en geven ook meer schaduw.
Tuinen dicht bij natuurgebieden
  Als de tuin dichtbij een natuurgebied ligt en de planten in de tuin voedselplanten zijn voor bijen die in deze natuurgebieden leven, is de kans zeer groot dat deze bijen de tuin zullen bezoeken en er zelfs gaan nestelen.
Leeftijd van de tuin en het gebied waar de tuin ligt
  Oudere tuinen in oudere woonwijken komen meestal minder wilde bijen voor dan in nieuwe tuinen in nieuwe woonwijken. Oudere woonwijken bevatten vaak meer nestgelegenheid door het ouder worden en het verweren van materialen waarmee huizen, schuren etc. zijn opgebouwd. In nieuwbouwwijken moeten de bijen zich nog vestigen, maar op gunstige locaties dicht bij bijenrijke gebieden kan dat snel gaan.
  Terug
--
Gespecialiseerde soorten wilde bijen
  Tientallen soorten wilde bijen zijn gespecialiseerd op een enkele planten van een plantengeslacht (bijvoorbeeld klokjes: Campanula) of van enkele tot tientallen planten van een plantenfamilie (Lathyrus, klavers etc.: vlinderbloemenfamilie vaak aangeduid als vlinderbloemigen). Voor stuifmeel zijn deze bijen aan deze planten gebonden. Zonder deze planten kunnen gespecialiseerde soorten (aangegeven met #) niet leven.
De meeste gespecialiseerde wilde bijen vliegen voor nectar ook op allerlei en de meest uiteenlopende soorten planten. De gewone slobkousbij is daar een perfect voorbeeld van. Tientallen exotische bijenplanten of cultivars daarvan lijken goede planten voor wilde bijen, bijvoorbeeld Geranium 'rozanne'. Maar zonder de noodzakelijke stuifmeelplanten voor gespecialiseerde bijen en andere bijen is deze plant ecologisch gezien gewoon waardeloos!
  Terug
  --
  Top-100+ en Top 50+
  De Top-100+ ( ca.110 soorten) en de Top-50 (ca.60 soorten) zijn relatieve, hier niet wetenschappelijk gedefinieerde begrippen, en zijn in hoofdzaak gebaseerd op ervaring.
  Linker tabel: onder de namen van de planten worden alleen de wilde bijen genoemd die voor stuifmeel van deze planten afhankelijk zijn of geregeld op deze planten zijn te vinden. Klik op de links voor meer informatie. Sommige pagina's zijn nog niet geüpdatet.
  Het gaat er niet alleen om of een plant vaak door wilde bijen wordt bezocht, maar ook om de betekenis die een plant heeft voor het in stand houden van een bijensoort in Nederland. In de praktijk kan dat betekenen dat in grote delen van Nederland een bijenplant van de top-100 zeer algemeen voorkomt, maar dat wilde bijen hier niet of nauwelijks zijn te vinden.
  Voorbeeld fluitenkruid: Op de meeste plekken komen er geen bijen op fluitenkruid voor. In kleinschalige landschappen of bijvoorbeeld op landgoederen kunnen wilde bijen talrijk op deze plant voorkomen. Onder meer in het heggenlandschap aan de Maas tussen Cuijk en Vierlingsbeek.
  Voorbeeld gele ganzenbloem: sommige planten lijken niet of nauwelijks door bijen te worden bezocht. Dit geldt bijvoorbeeld voor gele ganzenbloem. Maar in onze tuin werd hij in 2013 druk door wilde bijen bezocht. Binnen twee weken werden 10 soorten waargenomen; in andere jaren is dat minder. Dit incidentele geval is geen aanleiding om deze plant in de Top-100 op te nemen.
  Terug
  --
  Bijenbezoek
  # -- achter de plantennaam: plant is belangrijk voor gespecialiseerde bijen.
  #! -- De bij is voor stuifmeel geheel afhankelijk van deze soort of van de soorten van één plantengeslacht: bijvoorbeeld klokjes (Campanula) of reseda (Reseda).
  # -- Een van de planten van een plantenfamilie waar de bij voor stuifmeel van afhankelijk is. In principe beschikt de bij over meer planten om te foerageren en is daardoor minder afhankelijk of kwetsbaar.
  In de praktijk zijn deze bijen lokaal vaak geheel van één of enkele soorten van een familie afhankelijk. Verkeerd beheer leidt dan tot direct verdwijnen van de bij! Op papier lijkt de bij dan minder kwetsbaar dan in de praktijk.
 
B Belangrijke plant voor bijenhotels; soms alleen voor nectar. Een combinatie van deze planten bij voorkeur aanplanten. Let op!: voor tuinplanten geen of zo min mogelijk dubbelbloemige kweekvormen.
 
  Een combinatie van 10 tot 15 planten of meer vergroot de kans op succes enorm. Werk als dat mogelijk is samen met de buren. ( eventueel de over-, achterburen of die van een paar tuinen verder op).
  Terug
  --
Gebruik bijenhotels
 

Sommige soorten wilde bijen nestelen zowel in de grond als in een bijenhotel, bijvoorbeeld gewone sachembij en grote bladsnijder.

  Andoornbij maakt in principe wel gebruik van bijenhotels als dat vermolmde stukken hout bevat zoals dat in zijn natuurlijke habitat het geval is.
  --
S: planten die zich spontaan vestigen
  In het overzicht van de Top-100 wordt aangegeven welke planten in tuinen kunnen worden toegepast. Enkele planten die zich meestal spontaan in tuinen vestigen zijn gelabeld met S. Natuurlijk kunnen deze planten worden aangeplant en uitgezaaid, maar de kans op ongewenste dominantie is groot. Sommige soorten waaronder zevenblad zijn dan heel vaak ook niet meer uit tuinen te verwijderen. Onder de betreffende links staat meer informatie