Geplande (vanaf 2016) overblijvende (vaste) inheemse bijenplanten en drachtplanten.
Circaea lutetiana - Groot heksenkruid: jun-sep, wit; 0,2-0,7. Natte tot vochtige, voedselrijke, humushoudende, zandige tot kleiige bodems; in natte en vochtige loofbossen, griend- en (essen- en elzen)hakhoutbosjes, stadsparken en buitenplaatsen; beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1.
Dianthus carthusianorum - Kartuizer anjer: jun-aug, rood; een grasachtige plant; 0,3-0,5. Vrij droge, voedselarme, niet zure tot zwak kalkhoudende bodems. Zon. (inheems). FAUNA: Vlinders.
Dianthus deltoides - Steenanjer: jun-sep, roodachtig, zodenvormend; 0,15-0,35. Droge, min of meer voedselarme zandige, zwak zure bodems; in lage grazige vegetaties, onder meer in wegbermen, rivierduinen. Zon. (inheems). Fauna: Vlinders.
Geum rivale - Knikkend nagelkruid: mei-jun, geel en rood aangelopen, bloeiwijze een alleenstaand; rozet; 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; een goed beeld van deze plant ontbreekt; in open loofbos; in het buiten land vaak in bermen, in grasland en langs bosranden. Zon-beschaduwd. (inheems) Hommels.
Geum urbanum - Geel nagelkruid: mei-sep, geel, bloeiwijze een alleenstaand; rozet; 0,3-0,8. Vochtige tot droge, iets schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in loofbossen, houtwallen en hagen, langs holle wegen, in bermen, stadsplantsoenen en parken; beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1.
Hieracium praealtum - Grijs havikskruid : mei-aug, geel, bloeiwijze een tuil; met bovengrondse uitlopers; rozet; 0,3-0,7. Droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke , zandige, gruis- en stenige bodems; op open, stenige plaatsen en in grazige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op spoorwegemplacementen en op mijnsteenbergen en tussen het plaveisel. Zon. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels, Wilde bijen, Vlinders.
Hieracium sabaudum - Boshavikskruid: aug-okt, geel, bloeiwijze een tuil; 0,5-1,3. Vochtige en vochthoudende, voedselarme tot enigszins voedselrijke, zandige en lemige bodems; aan bosranden en in grazige vegetaties, in bermen en op spoorwegterreinen; beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1.
Mentha longifolia - Hertsmunt: jul-sep, lila-wit, bloeiwijze aar. Hemi, 0,5-1,0. MILIEU: natte voedselrijke lichte kleiige bodems; in ruigten vaak op en langs kribben, stenige beschoeiingen en aanspoelingsgordels; zonnig-lichte schaduw. VERSPR.nl: vrij zeldzaam in het rivierengebied. FAUNA: vlin, hom, hb[n]1. TOEPAS: tuin; zint - geur (blad). OPMERK: vormt door worteluitlopers een zeer dominante en dichte begroeiingen. BEHTYP: R8.
Mentha rotundifolia - Wollige munt: jun-sep, lila-wit, bloeiwijze een aar; 0,5-1,5. Vochtige, voedselrijke minerale bodems; op voormalige volkstuin complexen langs het spoor en aangrenzende bermen of taluds. Zon. (inheems). Fauna: Hb1, Hommels.
Mentha suaveolens - Witte munt: lila tot wit, bloeiwijze een aar; 0,3-1,0. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, kalkhoudende bodems; in n vrij ruige grazige begroeiingen, dijk- en spoorwegtaluds, bermen en langs oevers. Zon. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels..

Myosotis laxa subsp. cespitosa - Zompvergeet-mij-nietje: Eenjarig/vast: mei-sep, blauw. Ther/Helo, 0,15-0,4. MILIEU: natte, voedselrijke, zandige tot licht kleiige en venige bodems; vaak op droogvallende plaatsen; in graslanden en natte duinvalleien, langs sloot- en vijverkanten, vennen en plassen van zand- en kleiafgravingen, op overstroomde gedeelte in de uiterwaarden; zonnig. VERSPR.nl: met uitzondering van zeekleigebieden, de hoge zandgronden en Zuid-Limburg vrij algemeen. FAUNA: hb[n]1. TOEPAS: tuin. BEHEER: natte graslanden eenmaal per jaar eind juli-augustus maaien; pioniervegetaties worden door wisselende waterhoogtes in stand gehouden.

Myosotis scorpioides - Moerasvergeet-mij-nietje: mei-aug, blauw; 0,15-0,4. Natte voedselrijke bodems; in natte graslanden en ruigte; langs water-, slootkanten; in poelen en langs vijvers; klei, leem, zand, veen, ook zwak brak. Zon-halfschaduw.. (inheems). FAUNA: Hb1, Vlinders.
Nepeta cataria - Wild kattekruid: jun-sep, wit binnenin rood gestippeld, bloeiwijze een aar; plant met een sterke geur; 0,5-0,9. Min of meer droge, en enigszins voedselrijke, kalkhoudende bodems; voornamelijk langs struwelen. Zon. (inheems). FAUNA: Hb3, Hommels, Wilde bijen, Vlinders.

Persicaria amphibia (polygonum amphibia) - Veenwortel:
Vaste plant: jun-okt, roze; wortelstok, landvorm 0,3-0,8, watervorm, tot stengels van ca. 2m. MILIEU: ondiepe voedselrijke wateren, ook in matig voedselrijk - relatief voedselarm water met een voedselrijke bodems; verder in allerlei overgangen van nat naar droog; de droge vorm vaak niet bloeiend of alleen in zeer natte periodes of op plekken met een natte ondergrond; in vijvers, sloten en plassen, aan oevers van beken, sloten vijverkanten, in wegbermen, op hoge spoordijken en tussen het plaveisel; bloeiende landvormen zijn een indicator voor natte ondergrond; zon-licht beschaduwd. VERSPR.nl: algemeen. FAUNA: hb[np]1. BEHEER: landvormen behoeven geen speciaal beheer; de watervorm houdt zich zelf tot en met een vergevorderd verlandingsstadium in stand. Veenwortel kan soms wegens zijn zeer lange taaie wortelstokken een lastig te beheren plant zijn.

Phyteuma spicatum ssp . Spicatum - Witte rapunzel: eind mei-half juni, geelwit, bloeiwijze een compact aarvormig; 0,3-0,8. Vochtige, matig voedselrijke, min of meer neutrale humushoudende bodems; het meest in loofbos, beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels.
Phyteuma spicatum ssp . nigrum - Zwarte rapunzel: eind mei-half juni, paarsblauw, bloeiwijze een compact aarvormig; 0,3-0,8. Vochtige, schrale tot matig voedselrijke min of meer neutrale, zandige tot lemige en humus houdende bodems; in loofbossen en graslanden; beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels..
Polygonatum odoratum - Welriekende salomonszegel: mei-jun, wit, bloeiwijze een okselstandig; stengel kantig met een- of tweebloemige trosjes; wortelstok; 0,2-0,4. Droge, voedselarme, kalkhoudende, zandige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel en lichte bossen; in de duinen, langs duinpaden, in bermen en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. (inheems), Rots; Giftig (mens). FAUNA: Hb1...

Potentilla anserina - Zilverschoon
Vaste plant: mei-aug, geel, blw. alleenstaand; lange bovengrondse uitlopers. Hemi, 0,1-0,5. MILIEU: natte tot vochtige of brakke, voedselrijke, veelal betreden en verdichte bodems; vaak in sterk uitdrogende, wisselvochtige bodems; in allerlei grazige begroeiingen; in duinvalleien, schorren, bermen en langs vijverkanten en op betreden plaatsen; zonnig. VERSPR.nl: algemeen. FAUNA: vlin, w.bij.

Pulsatilla vulgaris Wildemanskruid: Vaste plant: mrt-mei, paars, blw. alleenstaand. Hemi, 0,1-02; 1/1. MILIEU: droge voedselarme, kalkhoudende bodems; zonnig. VERSPR. Ned: kwam vroeger op enkele plekken in het wild voor is thans een tuinplant die in Midden en Noord-West Europa wild voorkomt. FAUNA: hom, hb[p]1.

Sagina nodosa - Sierlijke vetmuur: jul-sep, wit; 0,05-015. Voedselarme, natte en open, kalkrijke bodems; voornamelijk in duinvalleien en groene stranden; verder op muren en basaltglooiingen. Zon. (inheems). FAUNA: Hb1.

Salvia verticillata - Kranssalie: Vaste plant: jun-sep, paarsblauw, blw. aar. Hemi, 0,3-0,6; 2/3. MILIEU: vochthoudende tot zomerdroge, schrale, kalkhoudende bodems; voornamelijk in kalkgrasland; zon. VERSPR.nl: zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Hier en daar verwilderd en lang standhoudend. FAUNA: vlin, hom, hb[np]1. TOEPAS: tuin.

Scrophularia umbrosa - Gevleugeld helmkruid: jul-sep, rood-bruin, bloeiwijze een pluim, stelen sterk gevleugeld en onderste bladen zonder zijlobben; 0,7-1,5. Natte tot zeer vochtige minerale bodems; aan waterkanten van allerlei watergangen; ook in lichte bossen; vaak op kwelplaatsen. Zon. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels, Wilde bijen.
Spergularia media: gerande schijspurrie: ( foto's gereed)
Stellaria graminea - Grasmuur: mei-aug, wit; 0,1-0,8. (Zeer) vochtige tot droge, maar vochthoudende, matig voedselrijke bodems, en op zandgrond een humushoudende bodems; vaak op plaatsen met een sterk wisselende waterstand en veelal in grazige vegetaties; in wegbermen en greppels, langs sloten en vijvers. Zon-halfschaduw. (inheems). FAUNA: Hb1, Wilde bijen.
Teucrium scorodonia Valse salie: jul-aug, witachtig, bloeiwijze een eindelingse tros. 0,3-0,6 m hoog. Milieu: droge, voedselarme, zure zand- en lichte leembodems; zon-tb. Fauna: vlin, hom, hb[np]3.
Valeriana dioica - Kleine valeriaan: apr-mei, wit of roze, de wortelbladen zijn ongedeeld; 0,2-0,3. Natte, matig voedselrijke tot vrij schrale, humushoudende bodems; in natte graslanden en broekbossen. Zon-licht beschaduwd. (inheems). Fauna: Hb1.
Veronica spicata - Aarereprijs: jul-aug, blauw, bloeiwijze een aarachtige tros; 0,25-0,6. Vochtige, matig voedselrijke bodems. (uitheems) FAUNA: Hb3, Vlinders.

Vicia tenuifolia Stijve wikke
Vaste plant: jun, lila-paars, blw. okselstandige tros. Ther, 0,65-1,0. MILIEU: zomerdroge matig voedselrijke bodems; voornamelijk langs spoorbermen, wegbermen; zon. VERSPR.nl: voor 1980 vaak over het hoofd gezien en daardoor zeer zeldzaam; sinds 1987 vrij zeldzaam in Midden- en Zuid-Limburg; elders zeldzamer; thans ook geregeld, al dan niet ingezaaid, in het stedelijk gebied. FAUNA: w.bij, hom, hb[np ?]3.

Viola canina - Hondsviooltje: mei-jun, blauwpaars, bloemen aan bebladerde stengels, wortelrozet afwezig, blad min of meer driehoekig tot iets langwerpig; 0,05-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme, zure, zandige en venige bodems; in duinen, grazige heiden, weg- en spoorbermen en langs schouwpaden langs het spoor. Zon-licht beschaduwd. (inheems). FAUNA: Vlinders.
Viola cornuta - Hoornviooltje: mei-jun, licht violet, kortlevende vaste plant; 0,15-0,2. Vochtige, matig voedselrijke bodems. Zon -zon; gevoelig voor winternatte bodems. Zon. (uitheems) FAUNA: Hb1.
Viola reichenbachiana - Donkersporig bosviooltje: apr-mei, paars, bloemen aan bebladerde stengels, rozet aanwezig, blad breed hartvormig, spoor diep paars en niet gegroefd; 0,1-0,25. Vochtige matig voedselrijke, kalkhoudende of lemige bodems; in loofbos; beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1, Hommels, Wilde bijen.
Viola riviniana - Bleeksporig bosviooltje: apr-mei, blauw, spoor geelwit soms iets blauw en gegroefd, verder als de vorige; 0,05-0,25. Vochtige tot droge, matig voedselarme, zandige tot lemige bodems; in loofbossen, grazige, beschaduwde bermen en stadsplantsoenen; licht beschaduwd. (inheems). FAUNA: Hb1.